Composteren en de kwaliteit en veiligheid van voedsel

Composteren en de kwaliteit en veiligheid van voedsel

De kwaliteit van water, bodemleven en compostering bepaalt de kwaliteit en de gezondheid van het voedsel dat geproduceerd wordt.

Composteren is een centraal thema in de Natuurinclusieve Landbouw. Koeien produceren melk, vlees en mest. Door de mest te composteren kan die gebruikt worden voor de verrijking van de bodem. Dat vraagt om een balans tussen het aantal koeien (en dus de te produceren compost) en het aantal hectaren landbouwgrond.

Door een nauwgezette processturing van het composteren wordt de kwaliteit en gezondheid van de voeding verhoogd. De sturing is erop gericht om binnen de kantelpunten te blijven waarop het composteren stokt. Het composteren wordt verstoord als het te nat, te koud (<25 graden), te warm (>55 graden) of te zuur is, en als er te weinig lucht of te veel gif of antibiotica aanwezigheid is.

Als de “systeemgrenzen” van het composteren worden bereikt, moet er worden ingegrepen. Hoe werkt dat? De composteringsdynamiek wordt bepaald door vermenigvuldiging van micro-organismen, dat wil zeggen celdeling. Daarvoor zijn met name koolstof (houtsnippers van snoeihout) en stikstof (in mest en urine) nodig in een goede verhouding. Gedurende de wintermaanden kan de verhouding teruglopen van 100 in november naar 30 in maart. Lager mag deze waarde niet worden. Dan kunnen de stikstofverbindingen niet meer volledig aan de houtsnippers binden en stopt het composteren. Als de melkkoeien toch nog langer op het compost-bed  moeten blijven, moet er meer koolstof (C) toegevoegd worden.



Kenniscluster(s) in deze publicatie

Arbeidsinzet. Composteren. Kringlopen.

Invalshoek(en) in deze publicatie

Veilig voedsel.