Meteen naar de inhoud

Biodiversiteit

Meer biodiversiteit leidt tot meer veerkracht in het ecosysteem. Invasieve  soorten komen meer in balans met plaagbestrijdende soorten. Voedselproductie en beheer van natuur en spontane soorten worden verbonden. Het ene gaat niet ten koste  van het andere, maar beide profiteren.

Groei en biodiversiteit worden gestimuleerd door optimale CO2 omzetting in voedsel, hout en vezels. Door toenemende CO2 omzetting kan de afnemende biodiversiteit omgebogen worden en dat kan leiden tot regeneratie van het ecosysteem. Voldoende voedsel voor organismen in de micro- en macrowereld kan beschikbaar komen bij optimale productie en optimale verdeling van energierijk voedsel, op en in de bodem. Vooral houtige gewassen dragen bij met hun uitgebreide wortelsystemen, die voedsel doorgeven aan micro-organismen in ruil voor nutriënten die de plant nodig heeft. De organismen in de micro en macro wereld (incl. mensen) zijn afhankelijk van energierijk plantaardig voedsel met een voorkeur voor gezonde biodiversiteit in wisselwerking met gezond bodemleven in een gezond ecosysteem.

Vanwege de nadruk op gezondheid en diversiteit wordt niet gezocht naar generalisaties over vergelijkbare boerderijen, maar wel naar kennisuitwisseling tussen unieke combinaties van boeren op boerderijen. Daarvoor wordt een platform opgezet, ingedeeld in kennisclusters (zie tabblad visie en model). In de clusters komt biodiversiteit aan de orde in:

Houtige planten vangen veel zonne-energie op, en de mate waarin dat gebeurt hangt af van het gemiddeld aantal en de biodiversiteit van planten per ha (indicator 11). De opvang van zonne-energie hangt ook af van de soorten, en kan gemeten worden aan de hand van de CO2-vastlegging/ha. Soorten met een hoge CO2-vastlegging per ha zoals b.v. bamboe, produceren niet altijd de lekkerste vruchten voor de mens (i51), alhoewel bamboe-spruitjes wel eetbaar zijn. Een overzicht is te vinden in de gewasmatrix  (cluster 5). Boeren en terreinbeheerders die CO2-vastlegging aantoonbaar combineren met respect en ontwikkeling van biodiversiteit kunnen daarvoor beloond worden met CO2/natuurcertificaten.

In bodemmonsters wordt het aantal soorten Mycorrhizele schimmels vastgesteld (i23) Naast bacteriën en schimmels kunnen ook grotere bodemorganismen functioneel zijn in het productie proces. Daarvoor kan het aantal wormen in een monster gebruikt worden gebruikt als indicator (i24).

De combinatie van heggen met bredere open ruimte ertussen is ideaal voor de ontwikkeling van spontane soorten in het landschap. De vogeltellingen (i41) vormen een 1e indicator voor biodiversiteit op de bodem. Een 2e indicator vormen  de aantallen (soorten) plaag bestrijdende insecten (i42), die vooral goed gedijen in de (strip-mix) heggen en het microklimaat tussen de heggen “Insecten plaagbestrijders” . Het verloop  is belangrijk om bij te houden, om controle te houden over invasieve soorten. .  Natuurorganisaties en imkers werken graag mee. 

Bij de inrichting van een nieuwe agroforestry boerderij ligt de nadruk op selectie van meerjarige soorten, die passen bij bodem, waterhuishouding en landschap. De geselecteerde soorten worden ingevoerd in de meerjarige gewassen matrix (soorten x aantallen). In de G-matrix worden de meerjarige gewassen gespecificeerd met voedselproducten voor de markt (i51 in de GV-matrix); en hout/vezel gewassen voor de markt (i52 in de GH-matrix). De GV matrix kan overlappen met de GH-matrix. 

Dierhouderijen door boeren en terreinbeheerders kunnen bijdragen aan de nutriënten kringloop en landschapsonderhoud, mits de aantallen dieren afgestemd zijn op de beschikbare ruimte en voerproductie.

Via werkbladen worden de gegevens over biodiversiteit in en op de bodem ingevoerd in het boerderijportaal.