Streekboerderijen

Een streekboerderij op de drogere zandgronden in Nederland produceert vooral vruchten, noten, zuivel, vlees, eieren en granen. De hoeveelheden en de verhoudingen tussen deze producten zijn een belangrijke input in het boerderij-ontwerp, gericht op kostendekkendheid, functionaliteit en hygiëne op het erf. Dit alles wordt in hoge mate vastgelegd bij de begininvestering in grond, aanplant, gebouwen en installaties. Het gaat immers om meerjarige gewassen en een lange termijnplanning. De terugverdienperiode van de begininvestering kan wel 50 jaar zijn.

 

Vanaf het begin moet rekening gehouden worden met een zodanig gebruik van de ecosysteemdiensten, dat de opbrengsten door synergie toenemen en de externe inputs (en dus de kosten) afnemen. Resultaten kunnen pas verwacht worden na een 5-jarig ontwikkelingstraject en zorgvuldige monitoring en kennisontwikkeling. En de terugverdienperiode kan wel 50 jaar zijn.

 

Ecosysteemdiensten die benut worden:

 

  • Opvang en distributie van invallende zonne-energie door de inrichting met heggen en bosranden met meerjarige (groenblijvende) gewassen in etagebouw: te beginnen bij lage kruidachtigen, hogere struiken, laagstam en hoogstam bomen.

 

  • De microbiodiversiteit in de levende bodem wordt verder ontwikkeld door diepwortelende planten en daarbij neemt het vasthoudend vermogen toe.

 

  • De macrobodiversiteit wordt ontwikkeld door o.a. gewassen-keuze en landschapsinrichting: Bij de aanplant van meerjarige gewassen bij Boer-in-Natuur gaat het om 11.000 planten, 60 variëteiten, 36 soorten uit 27 botanische families op 24 ha. Verwacht wordt dat er daardoor lage kosten zijn voor bestrijding van invasieve soorten, plagen en ziekten.

 

  • De macrobiodiversiteit wordt ook ontwikkeld door bij de voedselproductie rekening te houden met de dieren. In het voorbeeld Boer-in-Natuur met een oppervlak van 24 ha is gekozen voor 20 melkkoeien en 300 kippen. Voor deze en andere dieren, vogels en insecten worden 20 ha strokenteelt tussen de hagen worden afwisselend gebruikt voor akkerbouw (granen en groenten) en kruidenrijke weiden.

 

Verdere verlaging van kosten in de streekeconomie:

 

  • Externe inputs worden geminimaliseerd door een hoog niveau van circulariteit

 

  • De rekeningen voor elektriciteit en fossiele brandstoffen zijn laag door efficiënt gebruik van de zonne-energie en minimalisering van transport

 

  • Een natuurinclusieve streekboer beperkt afval en verliezen door balans tussen enerzijds het pakket aan producten dat past bij de bodem en de ligging van de boerderij; en anderzijds de behoeften en de specifieke vraag van omwonenden.

 

  • De webwinkel speelt een belangrijke rol. Bij voorkeur sluit de boer wekelijkse basisabonnementen af en biedt de mogelijkheid om daarbij wekelijks nog (extra) bestellingen door te geven, bij voorkeur met souplesse. Maar de souplesse wordt beperkt door de meerjarige gewassen die voor de komende 50 jaar vastliggen, dus moeten die gewassen zorgvuldig gekozen worden. In het heggenland is ruimte voor dierhouderij en lagere kruidachtige gewassen en granen. Gestreefd wordt naar 60% vruchten, noten, groenten, aardappelen en granen; 7% vlees en 20% zuivelproducten (op basis van gr/dag).