Voedsel

Voedsel

Voedsel is het resultaat van fotosynthese: de invallende zonne-energie wordt opgevangen en gebruikt om CO2 vast te leggen, ofwel koolstof te reduceren en vast te leggen in organische stof o.a. voedsel en hout, die een centrale rol spelen in het voedselweb. Levende organismen zijn hiervan afhankelijk. Eén soort onder de levende organismen is de mens (homo sapiens), waarmee niet gezegd is dat de mens het voedselweb kan aansturen, maar wel intelligent benutten. De ondergeschikte rol van de mens wordt mooi beschreven in “Dwalen in het antropoceen” door René ten Bos (2017). Het complexe systeem van zon, fotosynthese, levende bodem en voedselweb wordt hier verder aangeduid als ecosysteem, dat centraal staat in het Fonds Natuurinclusieve Streekboerderijen. Het ecosysteem kan op verschillende schaalgrootte begrensd worden. Voor de gehele aardbol met dampkring wordt het mooi beschreven in de Gaia theorie door James Lovelock (1988). Voor Nederland probeert LNV beleid te ontwikkelen voor landbouw en natuurbeheer. Maar dan ontstaat al gauw de behoefte om b.v. de veen-weiden gebieden en de drogere zandgronden als aparte ecosystemen te gaan begrenzen. Op de laatst genoemde gronden concentreert het Fonds zich met een beperkende focus op boerderijen die in hun actie-radius beperkt zijn tot de schil rondom natuurgebieden en rondom woonkernen.

Een voorbeeld van zo’n boerderij is Boer-in-Natuur in de schil rond het natuurgebied “de Maashorst” bij de woonkernen Slabroek, Uden en Nistelrode. Ecosysteem wordt hier door het Fonds, de boeren, de terreinbeheerders en omwonenden gelijkgesteld aan “streek”, en begrenst door “fietsafstand met een straal van 25 km”. Voor belanghebbenden geldt: naarmate het ecosysteem verder ontwikkelt kan het meer diensten bieden aan de mens (en andere soorten), b.v. een aantrekkelijk groen landschap en gezond en veilig voedsel.

Gezocht wordt naar combinaties (synergie) tussen divers groen landschap en voedselproductie, b.v. door zodanige bomen en struiken aan te planten, dat het landschap gevarieerder wordt, en tegelijkertijd ook een completer en gevarieerder voedselpakket kan leveren voor omwonenden (en andere levende organismen) op een kostendekkende manier.

Na fotosynthese en energie-distributie is biodiversiteit is een 2e dienst, die het ecosysteem kan leveren. Bij micro-biodiversiteit kijken we vooral naar de levende bodem. Elementen van macrobiodiversiteit zijn welkom in het Nederlandse landbouw-landschap als variatie op monoculturen en hoge concentratie organismen van dezelfde soort op dezelfde plek in dezelfde soort (mega)stal. Uitgaande van een dergelijk monofunctioneel landschap kan biodiversiteit al snel leiden tot meer weerstandsvermogen en bestrijdingsmiddelen overbodig maken als belangrijke stap naar gezond voedsel.

Het benutten van ecosysteemdiensten kan bovendien opbrengst verhogende en kosten verlagende effecten hebben en dus bijdragen aan kostendekkendheid van de boerderij

Lees verder onder streekeconomie

Om benutting van ecosysteemdiensten te combineren met kostendekkendheid is op de boerderij kennis nodig, die niet voor het oprapen ligt. Voor zover kennis beschikbaar is kost het moeite om de kennis te vergaren. Groene kennisportalen bieden weinig ingang voor de ecosysteem-benadering. Ook blijkt dat beschikbare kennis vaak te algemeen is om toepasbaar te zijn op een specifieke boerderij met specifieke ondernemers. Daarom besteedt het Fonds aandacht aan kennisontwikkeling vanuit de praktijk

Lees verder onder leeromgeving



Kenniscluster(s) in deze publicatie

Invalshoek(en) in deze publicatie

Leeromgeving.